standaard-linksboven
standaard-boven
  CTG Handleiding > 2. Organisatie en Coördinatie   Zoeken
Hoofdstuk 2: Organisatie en Coördinatie

Hoofdstuk 2

Organisatie en coördinatie

Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de algemene eisen die aan de organisatie van de verloskundige afdeling worden gesteld om tot een goede zorgverlening te komen ten aanzien van het cardio-tocogram.

2.1 Faciliteiten
De inrichting van de ruimtes waar CTG’s worden gemaakt dient zodanig te zijn dat
- voldoende, goed werkende registratieapparatuur aanwezig is
- er voldoende voorraad is van hulpmiddelen voor CTG-registratie, zoals transducers, papier, gel, bevestigingsmateriaal voor de transducers, elektrodes en druklijnen
- de apparatuur zo is opgesteld dat het de kans op optreden van lichamelijke klachten bij het personeel door toepassing van het CTG apparaat tot een minimum wordt beperkt
- de privacy van de zorgvrager voldoende is gewaarborgd
Naast bovenstaande is de leiding van de afdeling verantwoordelijk voor de coördinatie van het perio-diek onderhoud, modernisering en eventuele vervanging van de registratieapparatuur.

2.2 Kennismanagement
Specifieke werkwijzen en aanwijzingen met betrekking tot het maken van een CTG registratie dienen opgenomen te zijn in protocollen, handleidingen en werkafspraken. De landelijke handleiding van de V&VN, Voortplanting, Obstetrie en Gynaecologie, die geaccordeerd is door de NVOG, vormt het uitgangspunt van deze handleiding of protocol. De leiding van de afdeling is verantwoordelijk voor het inzetten van voldoende bevoegd personeel voor het maken van CTG-registraties. Daarnaast is zij verant-woordelijk voor het organiseren en coördineren van scholing, opleiding en deskundigheidsbevordering ten aanzien van het CTG.

2.3 Toezicht en tussenkomst
Voor de O&G verpleegkundige moet het duidelijk zijn welke arts dienst heeft en aanspreekbaar is voor acute gevallen. De als eerste verantwoordelijke dienstdoende arts draagt er zorg voor goed bereikbaar te zijn en op de hoogte te zijn van de stand van zaken (ten aanzien van de patiëntenzorg) op de afdeling. Bij het overdragen van gegevens aan de andere discipline is het van belang dat de O&G verpleegkundige en de arts dezelfde terminologie en beschrijvingen gebruiken, zodat de overdracht zo adequaat mogelijk is. Afspraken zijn vastgelegd over de bereikbaarheid van de dienstdoende arts wanneer deze zich niet in de buurt van de zorgvrager, op de afdeling of in de instelling bevindt. Denk hierbij aan oproepsysteem, gebruik van digitaal CTG monitorsysteem, mobiele telefoon en gebruik van fax.


Copyright V&VN 2007-  Reageer   Mail deze pagina   Gebruiksovereenkomst    Privacybeleid       Beheer