standaard-linksboven
standaard-boven
  CTG Handleiding > 3. Bevoegdheden   Zoeken
Hoofdstuk 3: Bevoegdheden

Hoofdstuk 3

Bevoegdheden


Inleiding
In dit hoofdstuk worden de bevoegdheden van de O&G verpleegkundige in het kader van de wet BIG bezien. Een onderdeel van de wet BIG is de bevoegdheidsregeling voor voorbehouden handelingen. Het CTG wordt door de wetgever niet als voorbehouden handeling aangemerkt. Het voornaamste criterium om een handeling als voorbehouden aan te merken, is dat er sprake moet zijn van onaanvaard-bare risico's voor de gezondheid van de zorgvrager als de handeling door een ondeskundige wordt uitgevoerd. De status van het cardiotocogram als niet voorbehouden handeling is daarom discutabel: bij ondeskundig handelen lopen de gezondheid van het ongeboren kind en de moeder immers ernstig gevaar. De commissie stelt daarom voor om aan het maken van een CTG en het beoordelen van het CTG op afwijkingen dezelfde voorwaarden te stellen als aan een voorbehouden handeling.
De Wet BIG stelt de volgende voorwaarden aan voorbehouden handelingen die door een O&G verpleegkundige worden uitgevoerd:
- de O&G verpleegkundige handelt in opdracht van de arts
- de O&G verpleegkundige handelt in overeenstemming met de aanwijzingen van de arts
- de O&G verpleegkundige mag een voorbehouden handeling alleen uitvoeren indien zowel zij-zelf als de opdrachtgever redelijkerwijs mag aannemen dat zij beschikt over de bekwaamheid om de opdracht naar behoren uit te voeren.

Hieronder worden de specifieke aandachtspunten van het CTG bij elk van deze drie punten besproken.

3.1 De O&G verpleegkundige handelt in opdracht van de arts
De arts kan de O&G verpleegkundige direct opdracht geven tot het maken van een CTG, óf er is spra-ke van een indirecte opdracht die is vastgelegd in standaarden en protocollen.

3.2 De O&G verpleegkundige handelt in overeenstemming met de aanwijzingen van de arts
Bij het maken van een CTG moet er voldoende toezicht zijn en moet indien nodig tussenkomst door de arts gegarandeerd zijn, zodat deze zonodig aanwijzingen of aanvullende opdrachten kan geven. Het verschilt per situatie hoeveel toezicht en tussenkomst van een arts nodig is. Aanwijzingen en voor-schriften kunnen ook schriftelijk worden gegeven, bijvoorbeeld in protocollen of handleidingen. Ten aanzien van het CTG is het van belang om in een protocol duidelijk melding te maken van de geldende afspraken over normaalwaarden, specifieke complicaties en hoe in zulke gevallen moet worden gehandeld. De O&G verpleegkundige kan zelfstandig een CTG aansluiten volgens in de kliniek vastgelegde voorschriften. Zolang het CTG voldoet aan de in de kliniek vastgestelde normaalwaarden is de O&G verpleegkundige bevoegd om het CTG zelfstandig af te sluiten. Hierbij dient de O&G verpleegkundige volgens een handleiding of protocol de mate van urgentie te bepalen voor de beoordeling door de arts (Zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.5). De uiteindelijke beoordeling, diagnosestelling en het bepalen van beleid blijft voorbehouden aan de arts.

3.3 De O&G verpleegkundige mag alleen een CTG maken indien zij beschikt over de nodige bekwaamheid
De O&G verpleegkundige beschikt na het volgen van de verpleegkundige vervolgopleiding Obstetrie & Gynaecologie over een bijzondere deskundigheid op het gebied van de obstetrie. Tijdens de opleiding komen alle aspecten ten aanzien van de fysiologie en pathologie van de verloskunde, de indica-tiestellingen voor het maken van een CTG, welke aspecten van invloed kunnen zijn op CTG als ook het plaatsen van deze gegevens in de context van de zwangerschapsduur, uitgebreid aan bod.
Het overdragen van de opdracht aan een niet gespecialiseerde verpleegkundige of een student O&G verpleegkundige dient op een zorgvuldige en verantwoorde wijze te gebeuren. Het is van belang dat de bekwaamheid van de niet gespecialiseerde verpleegkundige of student O&G verpleegkundige is gegarandeerd. De O&G verpleegkundige moet bereikbaar zijn om de niet gespecialiseerde verpleegkundige of student O&G verpleegkundige mondeling aanwijzingen of aanvullende opdrachten te geven. De O&G verpleegkundige kan ook ter plekke aanwezig zijn om zonodig in te grijpen en de handeling over te nemen. Daarnaast dient de niet gespecialiseerde verpleegkundige of student O&G verpleeg-kundige aan te geven of toezicht door de O&G verpleegkundige gewenst is. Een mogelijkheid is om een CTG wel te laten aansluiten door een niet gespecialiseerde verpleegkundige of student O&G ver-pleegkundige, waarna een O&G verpleegkundige het CTG controleert en observeert. Hierover moeten binnen de instelling afspraken worden gemaakt en schriftelijk worden vastgelegd.


Copyright V&VN 2007-  Reageer   Mail deze pagina   Gebruiksovereenkomst    Privacybeleid       Beheer