standaard-linksboven
standaard-boven
  CTG Handleiding > 5. Risicomanagement   Zoeken
Hoofdstuk 5: Risicomanagement

Hoofdstuk 5

Risicomanagement

Inleiding
O&G verpleegkundigen werken in een specialistische werkomgeving met complexe werkprocessen. Een fout of incident kan grote gevolgen hebben en leiden tot blijvend letsel of erger. Veiligheid dient daarom hoog op de agenda te staan. In de context van de cardiotocografie zijn er voor de veiligheid van de zorgvrager en haar ongeboren kind een aantal aandachtspunten voor de O&G verpleegkundigen te noemen.

5.1 Aandachtspunten bij het aansluiten van een CTG
De houding van de zorgvrager De houding van de zorgvrager
- Risico: een onjuiste houding kan leiden tot het vena cava syndroom.
- Veiligheidsmaatregelen: Laat de vrouw in een half zittende houding plaatsnemen. Indien zijligging geïndiceerd is, dan bij voorkeur de linkerzijde.

Maternale harttonen versus foetale harttonen
- Risico: het CTG registreert ongemerkt maternale in plaats van foetale harttonen.
- Veiligheidsmaatregelen: controleer de polsslagfrequentie van de zorgvrager na het lokalise-ren van de foetale harttonen. Bij twijfel kan overwogen worden om de maternale hartfrequentie (tijdens de cardiotocografie) continue te registreren met behulp van de pulse-oxymeter op het CTG apparaat.

Meerlingregistratie
- Risico: twee ultrasoundtransducers registreren de harttonen van dezelfde foetus; de harttonen van de tweede foetus worden niet geregistreerd.
- Veiligheidsmaatregelen: splits de registraties van de cortonen op het CTG en controleer of de twee registraties van foetale hartpatronen op het CTG verschillend zijn. Stel zorgvuldig de ligging van de foetus vast, indien noodzakelijk met behulp van een echografie.

5.2 Aandachtspunten bij het beoordelen van een CTG op afwijkingen
Frequentie van observaties en controle
- Risico: foetale nood of andere problemen worden te laat opgemerkt door afwezigheid van de O&G verpleegkundige
- Veiligheidsmaatregelen: de O&G verpleegkundige dient de CTG registratie regelmatig te observeren: bij het starten van de registratie, na 5, 15 en 30 minuten. Bij afwijkingen dient vaker controle plaats te vinden, dan wel de arts te worden gewaarschuwd.

Foetale slaap-/rustperiode
- Risico: Het foetale hartpatroon wordt ten onrechte geïnterpreteerd als zijnde die van een foetus in rust in plaats van een foetus in nood, of andersom. N.B: medicatie kan een oorzaak zijn voor een afname in de variabiliteit.
- Veiligheidsmaatregelen: Sluit het CTG nooit af tijdens een periode met verminderde varia-tiebreedte (<5 slagen per min) en/of het ontbreken van acceleraties gedurende meer dan 40 minuten. In dat geval dient te worden geregistreerd tot de variatiebreedte is hersteld en /of acceleraties weer aanwezig zijn.

Kwaliteit van registratie
- Risico: slechte kwaliteit van de registratie waardoor onvoldoende patroonherkenning mogelijk is.
- Veiligheidsmaatregelen: Aanbevolen wordt om bij de beoordeling van het CTG steeds gebruik te maken van dezelfde papierloopsnelheid. De tijdsas is zeer belangrijk voor de visuele indruk en patroonherkenning, en dus ook voor de interpretatie. De NVOG adviseert een loopsnelheid van 2 cm/min.
Bij continue CTG registratie tijdens de baring heeft inwendige registratie de voorkeur. Inwendige registratie is van hogere kwaliteit en is bij intensieve bewaking noodzakelijk. Uit-wendige registratie geeft alleen een indruk van de frequentie van de weeënactiviteit. Inwendige registratie geeft naast informatie over de frequentie ook informatie over de kracht van de weeënactiviteit en de rusttonus buiten de weeën om. Deze informatie is van belang wanneer een zorgvrager syntocinon krijgt toegediend.

5.3 Aandachtspunten bij documentatie
Archivering van CTG’s
- Risico: verwisseling of zoekraken van CTG’s.
- Veiligheidsmaatregelen: op de CTG registratie en/of in het digitale CTG monitoringsysteem dienen de persoonsgegevens van de zorgvrager te staan vermeld zoals naam, geboortedatum en patiëntennummer.

5.4 Aandachtspunten bij de begeleiding en voorlichting van de zorgvrager
Beleving van zorgvrager
- Risico: angst en onrust bij de zorgvrager door vermeende of werkelijke afwijkingen in het CTG.
- Veiligheidsmaatregelen: Raak niet in paniek bij afwijkingen op het CTG. Vertel de zorgvrager rustig dat je iets ziet op het CTG waar je graag de arts naar wilt laten kijken. Laat de zorgvrager bij verdenking op foetale nood niet alleen.
Subjectieve beleving
- Risico: de zorgvrager staat niet meer centraal doordat teveel aandacht uitgaat naar de appara-tuur en de techniek.
- Veiligheidsmaatregelen: De O&G verpleegkundige stelt de zorgvrager centraal.
De O&G verpleegkundige observeert subjectieve ervaringen zoals pijn en ongerustheid en
neemt ze serieus, ook wanneer deze subjectieve gegevens niet overeenkomen met objectief
waarneembare gegevens. De O&G verpleegkundige geeft uitleg over de werking van het CTG apparaat .


Copyright V&VN 2007-  Reageer   Mail deze pagina   Gebruiksovereenkomst    Privacybeleid       Beheer