Hoofdstuk 9
Patiëntenvoorlichting
Inleiding
Een goede relatie met de zorgvrager is gebaseerd op vertrouwen en respect. Het geven van informatie over de zorgverlening draagt daaraan bij. Goede informatie is voor zorgvragers uiterst belangrijk.
Voorafgaand aan het maken van een CTG bespreekt de arts de indicatie en de voorgenomen hande-ling met de zorgvrager en vraagt haar toestemming tot het uitvoeren ervan. De arts kan het geven van informatie over het CTG en het maken ervan ook delegeren aan de O&G verpleegkundige. De O&G verpleegkundige vraagt vóór de uitvoering van de handeling na welke informatie de zorgvrager heeft gekregen, of ze het heeft begrepen en of ze toestemming tot uitvoering heeft gegeven. Als blijkt dat de zorgvrager niet of onvoldoende informatie heeft gekregen, geeft de O&G verpleegkundige aanvullen-de informatie en vraagt zij aansluitend toestemming. Daarnaast informeert de O&G verpleegkundige de zorgvrager over de uitvoering van de handeling en vraagt daar toestemming voor.
In geval van een indirecte opdracht voor het maken van een CTG, zoals in een protocol, gaat de O&G verpleegkundige na welke informatie de zorgvrager mogelijk al heeft gekregen en vult deze zonodig aan.
9.1 Patiënteninformatie met betrekking tot het CTG.
De arts schrijft het CTG onderzoek voor en informeert de zorgvrager over de reden en het doel van de registratie.
De O&G verpleegkundige voert de registratie uit en geeft de volgende informatie aan de zorgvrager:
Voorafgaand aan de registratie:
- doel van het maken van het CTG
- de functie en de werking van het CTG-apparaat
- de gewenste houding tijdens de registratie
- de duur van de registratie
- wat tijdens de registratie van de zorgvrager wordt verwacht.
Gedurende de registratie:
- een toelichting betreffende de betekenis van de gegevens op de monitor
- een toelichting over de waarden van de normale foetale hartfrequentie
- de frequentie van observatie door de verpleegkundige
- indien van toepassing: informatie over het digitale monitoring systeem waardoor ook op andere locaties de CTG-registratie zichtbaar is
- de werking van het oproepsysteem en wanneer de zorgvrager wordt geacht dit te gebruiken.
Na afloop van de registratie:
- de zorgvrager ontvangt een toelichting over de observaties
- de O&G verpleegkundige legt uit of het CTG direct dan wel op een later moment zal worden beoordeeld door de arts.