Samenvatting
De V&VN afdeling VOG, Voortplanting, Obstetrie en Gynaecologie, kreeg de laatste jaren steeds vaker vragen vanuit de achterban over de verantwoordelijkheid van O&G verpleegkundigen ten aan-zien van het maken, beoordelen en interpreteren van het CTG. In de praktijk bleek hierover onduidelijkheid te bestaan, zowel bij O&G verpleegkundigen zelf als bij artsen en leidinggevenden. Samen met het grote aantal tuchtrechtzaken waarin de rol van de O&G verpleegkundigen ten aanzien van het CTG ter discussie staat, vormde dit voor de beroepsvereniging aanleiding tot het ontwikkelen van een landelijke ‘Handleiding Cardiotocografie voor O&G verpleegkundigen’.
Na een oproep van het bestuur van de VOG kwamen in november 2005 zes O&G verpleegkundigen bij elkaar in een eerste zitting van de commissie ‘Kwaliteit’. De commissie heeft door middel van een telefonische enquête onder honderd ziekenhuizen onderzocht welke protocollen en werkafspraken er al bestaan in de verschillende ziekenhuizen en in hoeverre onduidelijkheid bestaat over de rol van de O&G verpleegkundige. Uit de enquête bleek dat het merendeel van de ziekenhuizen behoefte heeft aan een landelijke handleiding.
Tijdens het schrijven van de handleiding heeft de commissie Kwaliteit regelmatig contact gehad met de klankbordgroep, die bestond uit O&G verpleegkundigen (ziekenhuiscontactpersonen) en gynaecologen.
De ‘Handleiding Cardiotocografie’ vormt een handvat voor het bepalen van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de O&G verpleegkundige ten aanzien van het CTG. Zij is hierdoor in staat haar (beroepsinhoudelijke) grenzen helder aan te geven, zodat hierover duidelijkheid ontstaat bij alle disci-plines die te maken hebben met cardiotocografie.
De handleiding kan zodoende ook worden gebruikt als handvat bij het maken van werkafspraken binnen de eigen instelling.
De handleiding, met als onderdeel de beslisboom, kan de O&G verpleegkundige helpen beslissingen te nemen bij het beoordelen en interpreteren van een CTG, wat voor de meeste O&G verpleegkundigen een dagelijks terugkerende bezigheid is. Duidelijk moet zijn dat de O&G verpleegkundige afwijkingen signaleert aan de hand van normaalwaarden en dat de arts eindverantwoordelijk is voor de be-oordeling van het CTG, en mede aan de hand van het CTG het medische beleid bepaalt.