standaard-linksboven
standaard-boven
  Documenten > Doula standpunt VOG   Zoeken
Doula standpunt VOG

De verhouding tussen doula en O&G- verpleegkundige: het standpunt van de VOG

 
Met de komst van de ‘doula’ in de Nederlandse verloskamers, thuis of in het ziekenhuis, is bij sommige O&G- verpleegkundigen verwarring ontstaan over de verhouding met deze nieuwkomer in de werkomgeving. In het onderstaande stuk wordt uitgelegd wat een doula is. Ook neemt de VOG een standpunt in ten aanzien van de werkverhouding tussen de doula en de professionele verpleegkundige.
 
De doula
 
Een doula wordt op de website www.doula.nl omschreven als een zwangerschaps- en bevallingscoach. Het gaat om ‘een ervaren en kundige vrouw die aanstaande ouders op een niet-medische manier ondersteunt tijdens de zwangerschap, de geboorte van hun kindje en in de periode er na’. Daarbij wordt expliciet vermeld dat het hier niet gaat om een arts, verpleegkundige, verloskundige, kraamverzorgende of dienstmeisje.
 
De Doula Stichting, die onder andere een doula- opleiding verzorgt, geeft een algemene taakomschrijving van een doula, namelijk ‘het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de zwangere en haar partner om de bevalling met vertrouwen tegemoet te zien’. De doula moet daarmee een gunstige invloed uitoefenen op het verloop van een bevalling. Haar taken hebben geen verloskundig karakter, maar liggen op sociaal-emotioneel vlak.
 
Het is de bedoeling dat de doula het bevallende paar ondersteunt. De werkzaamheden van de doula worden dan ook voornamelijk bepaald door behoeften van het paar in kwestie. Daarbij wordt aangetekend dat de doula zich tijdens het bevallen afzijdig houdt van iedere verloskundige instructie of handeling.
 
Het werk van een doula ziet er over het algemeen als volgt uit. Tijdens de zwangerschap vindt allereerst een kennismakingsgesprek plaats. Daarna wordt een geboorteplan (met de bevallingsvoorkeuren) gemaakt. Vanaf week 36 vindt er wekelijks telefonisch contact plaats tussen de doula en de zwangere. Bij de bevalling ondersteunt de doula haar bijvoorbeeld door het geven van een massage of het begeleiden van ademhalingsoefeningen. Tot slot vindt na de bevalling nog een ‘nabezoek’ plaats met nabespreking van het bevallingsverslag.
 
De O&G verpleegkundige
 
Het beroepsprofiel van de O&G- verpleegkundige vermeldt duidelijk de competenties waarover een verpleegkundige moet beschikken om tijdens een bevalling gepaste zorg te kunnen verlenen. Het gaat daarbij onder meer om cognitieve en praktische vaardigheden die de barende helpen in het omgaan met angst, pijn en ongemak tijdens de bevalling.
 
De O&G- verpleegkundige coördineert de totale zorg. Op die manier ontstaan er geen hiaten, overlapping of tegenstrijdigheden en wordt de continuïteit van de zorg gewaarborgd. De taken voor een O&G- verpleegkundige die uit de hierboven genoemde competenties voortvloeien zijn de volgende:
 
  • Kennismaking met de zwangere/barende op het moment van binnenkomst in de verloskamers of tijdens een eerdere opname of een eerder consult in het ziekenhuis.
  • Het bespreken van wensen van het aanstaande ouderpaar m.b.t. de bevalling (als daar gelegenheid voor is).
  • Het bieden van ondersteuning tijdens de bevalling.
  • Het vastleggen van relevante gegevens in het verpleegkundig dossier en het overdragen daarvan naar de kraamafdeling of thuissituatie.
 
Hieruit blijkt dat er tussen de uitvoerende verpleegkundige en/of verloskundige taken en het werk van de doula geen overlap bestaat. Op het gebied van de psychosociale ondersteuning van de zorgvrager is die overlap er helaas wel en dat kan voor verwarring zorgen.
 
Behandelovereenkomst
 
De verpleegkundige is wettelijk bevoegd en wordt bekwaam geacht om de genoemde taken uit te oefenen. De verpleegkundige staat om die reden ook geregistreerd in het BIG- register. In de BIG- wet zijn alle aan de verpleegkundige voorbehouden handelingen vastgelegd. De wet geeft echter geen uitsluitsel op het gebied van de psychosociale ondersteuning.
 
De barende heeft een behandelovereenkomst met zowel de arts of verloskundige als met het ziekenhuis en de daar werkzame verpleegkundigen (op het moment dat zij daar gaat bevallen). Verpleegkundigen in dienst van een ziekenhuis moeten zorg leveren die bij hun functie past. Daar hoort ook de psychosociale zorg bij.
 
Het functioneren van een doula valt niet onder een dergelijke behandelovereenkomst en wordt daarom gezien als informele, 'particuliere' bijstand. Om die reden verwachten wij van verpleegkundigen dat zij hun werk conform hun contract leveren. Daarbij moeten zij het werk van de doula beschouwen als aanvullende informele zorg. De individuele verpleegkundige moet daarbij de gelegenheid hebben om goede afspraken te maken met de doula, zodat de patiënt naar volle tevredenheid de zorg krijgt die haar toekomt.
 
Uiteraard heeft een barende recht op extra support tijdens de bevalling. Uit onderzoek blijkt namelijk dat een continue bijstand van (informele) zorgverleners tijdens een bevalling een grotere kans oplevert om vaginaal te baren en positieve effecten heeft voor het welzijn van zowel moeder als kind.[1] Die informele, extra zorg wordt bij voorkeur geleverd door iemand met een positieve bevallingservaring uit de directe omgeving van de barende. Dit kan een partner zijn, maar ook een familielid, een vriendin of een doula.
 
Kortom, de doula kan als informele zorgverlener bij een bevalling een positieve bijdrage leveren aan het verloop daarvan. Het zou mooi zijn als dit op vrijwillige basis gebeurt en daardoor onder ‘informele zorg’ geschaard kan worden. Met de begeleiding van een doula tijdens zwangerschap en bevalling is voor de zorgvrager nu ongeveer 750 euro gemoeid. Daardoor is deze extra steun niet beschikbaar voor iedere barende die er behoefte aan heeft.
 
Standpunt VOG
 
Een afdeling verloskunde moet altijd de volledige verantwoordelijkheid houden voor (en regie over) de totale begeleiding en ondersteuning van een barende. Naast het medisch-verloskundige werk moeten verpleegkundigen er bovendien altijd naar streven om voldoende aandacht te schenken aan het verlenen van extra psychosociale steun. Om die reden ziet de VOG geen reden om op verloskundeafdelingen de functie van doula in het leven te roepen.
 
Het standpunt van de VOG ten aanzien van de werkverhouding is dat de doula in haar werk geen invloed moet hebben op de beroepsuitoefening van de O&G- verpleegkundige.
 
Tot slot is het belangrijk dat de doula en de O&G- verpleegkundige goede afspraken maken over de verwachtingen en verantwoordelijkheden bij de zorgverlening aan de barende. Het gaat dan vooral om zorgverlening op het psychosociale vlak. Deze afspraken zijn dezelfde als die normaliter gemaakt worden met andere informele zorgverleners of begeleiders bij de baring.
 
O&G- verpleegkundigen moeten een doula dus benaderen zoals zij een ieder ander die de zwangere of barende op informele wijze begeleidt of bijstaat zou benaderen.
 
Dit stuk is geschreven namens het bestuur van de V&VN -afdeling Voortplanting, Obstetrie en Gynaecologie (VOG).
 
Wil je hierop reageren? Stuur een e-mail.
 
Meer informatie over doula:
 
 


[1]Hodnett ED, Gates S, Hofmeyr G J, Sakala C. Continuous support for women during childbirth. The Cochrane Database of Systematic Reviews 2003, Issue 3. Art. No.: CD003766. DOI: 10.1002/14651858.CD003766.

Copyright V&VN 2007-  Reageer   Mail deze pagina   Gebruiksovereenkomst    Privacybeleid       Beheer